Spring naar inhoud

Financiële informatie

9.1 Financieel resultaat

De financiële positie van VNN is eind 2020 gezond dankzij een positief resultaat van € 939.500 (was in 2019: € 1.115.087). De vermogenspositie[1] is dankzij het positieve resultaat 39,7% en voldoet daarmee ruim aan de gestelde normen. Het rendement is in 2020 1,2% (was 1,5% in 2019). Met dit resultaat is de begrote doelstelling van € 903.046 gerealiseerd.

Ten opzichte van 2019 is de omzet gestegen met € 5,4 miljoen (7,4%). Deze omzetstijging is voor een deel toe te schrijven aan de ontvangen middelen met betrekking tot de zgn. zorgbonus die door het Ministerie van VWS ter beschikking is gesteld voor medewerkers in de zorg. Het gaat om een bedrag inclusief heffingen van €1,9 miljoen. Daarnaast is in de DBC-omzet een continuïteitsbijdrage verwerkt van € 0,9 miljoen in verband met de effecten van de covid-19 pandemie. Voor het overige is de omzetstijging voornamelijk het gevolg van uitbreiding van de forensische zorg en stijging van de tarieven; er zijn in 2020 geen panden gekocht of verkocht.

Binnen de zorg-gerelateerde omzet zien we de zorg gefinancierd door de zorgverzekeraars met 3,3% stijgen ten opzichte van 2019 (€ 1,3 miljoen) voor de gespecialiseerde GGZ en de basis GGZ. Gecorrigeerd voor de continuïteitsbijdragen van de zorgverzekeraars gaat het om een geringe stijging van € 0,4 miljoen ten opzichte van vorig jaar. De continuïteitsbijdrage is een tegemoetkoming voor de effecten van de covid-19 pandemie op het zorgaanbod. Het kan dan zowel om vraaguitval gaan met name in de klinieken, als om stijging van de gemiddelde prijs per cliënt, met name binnen de ambulante zorg. Vraaguitval als gevolg van de covid-pandemie wordt voor 3,4% vergoed tegen 94% van de kosten, verdeeld over de schadelastjaren 2019 en 2020. Als sprake is van een hogere gemiddelde prijs per cliënt dan afgesproken, wordt maximaal 4% van de hogere prijs teruggevorderd door de zorgverzekeraar.

Binnen het gemeentelijk domein blijft de zorg aan jongeren < 18 jaar opnieuw ruim achter bij vorig jaar; een daling van 10%. We zien opnieuw een afname van het aantal jongeren dat niet afkomstig is uit de drie noordelijke provincies. Daarnaast zijn minder jongeren opgenomen geweest in de jeugdklinieken, De Borch en Vossenloo jeugd, met name als gevolg van de covid19-pandemie.

Binnen de geïndiceerde WMO gaat het om opbrengsten voor Beschermd Wonen en Begeleiding. Per saldo zijn de WMO-opbrengsten gestegen met € 0,4 miljoen. Deze stijging in omzet is grotendeels toe te schrijven aan de uitbreiding van het aantal plaatsen in de stad Groningen. De opbrengsten voor WMO Begeleiding zijn in 2020 minimaal en vergelijkbaar aan 2019.

De omzet in het justitiële domein is ten opzichte van 2019 gestegen met € 1,3 miljoen. De verklaring hiervoor ligt met name in een stijging van de tarieven, omdat voor 2020 geen afslag op de maximale Nza-tarieven is toegepast. Daarnaast is in Drenthe een Forensische Poli gestart, waardoor we niet alleen meer cliënten hebben behandeld maar de behandeling ook hebben kunnen intensiveren. Tenslotte zien we in de locaties voor Beschermd Wonen een toename van het aantal justitiële cliënten.

Subsidies, zoals de subsidies voor praktijkopleidingen en de WMO Centrumgemeentesubsidies (bemoeizorg en preventie), zijn in 2020 gestegen ten opzichte van 2019, wat vooral is toe te schrijven aan een uitbreiding van de subsidies voor praktijkopleidingen, zoals verpleegkundig specialisten en GZ-psychologen. De NZa heeft met ingang van 2020 de subsidiebedragen verhoogd tot een in principe kostendekkend niveau waardoor de subsidie ten opzichte van 2019 is gestegen met € 0,5 miljoen.

De WMO Centrumgemeentesubsidies zijn in 2020 licht gestegen ten opzichte van 2019: in de provincie Friesland is vooral meer zorg aan jeugd verleend in het kader van het doorbreken van trans-generationele verslaving, in de provincies Drenthe en Groningen is de verleende zorg licht teruggelopen in verband met vraaguitval, met name als het gaat om preventie-activiteiten.

Tenslotte zien we binnen Reclassering ten opzichte van vorig jaar een stijging in de omzet van € 0,5 miljoen (7,5%), dankzij extra middelen om het aantal cliënten op de wachtlijst te verminderen.

Bestuurskosten

De onkostenvergoeding voor de Raad van Bestuur van VNN bestaat uit vier categorieën, namelijk:

  • variabele reis- en verblijfkosten;
  • opleidingskosten;
  • representatiekosten;
  • overige kosten.

In onderstaande tabel zijn de gemaakte kosten van de Raad van Bestuur over het verslagjaar 2020 opgenomen. Daarbij is onderscheid gemaakt naar de periode waarin de functie van Voorzitter Raad van Bestuur is vervuld door de heer G.G. Anthonio en door de heer G. Niemeijer, resp. tot 1 oktober en vanaf 1 december.


[1] Eigen vermogen in verhouding tot het totale vermogen=balanstotaal.

9.2 Beoordeling van de financiële positie

Liquiditeit

De liquiditeit, het kasgeld, is ten opzichte van 2019 met € 4,0 miljoen gestegen naar € 6,0 miljoen per balansdatum. Gecorrigeerd voor de ontvangen middelen van het Ministerie van VWS van € 1,9 miljoen voor de aan medewerkers te verstrekken zorgbonus, is de stijging ten opzichte van 2019 € 2,1 miljoen. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door het achterwege blijven van een deel van de geplande investeringen (minus € 0,8 miljoen), wat voor een groot deel toe te schrijven is aan de effecten van de covid-pandemie. Daarnaast heeft de stijging van de gefactureerd DBC/DBBC-omzet in combinatie met een daling van de nog te factureren DBC/DBBC-omzet (minus € 0,8 miljoen) ten opzichte van 2019 geleid tot een verbetering van de liquiditeit. Voor het overige is de mutatie geldmiddelen in 2020 vergelijkbaar aan die van 2019.

Het werkkapitaal is ten opzichte van vorig jaar gestegen met € 1,9 miljoen. Deze toename is in haar geheel toe te schrijven aan de ontvangen middelen voor de aan medewerkers te verstrekken zorgbonus. Het onderhanden werk en het permanente voorschot, zowel binnen de DBC’s als binnen de DBBC’s, zijn ten opzichte van vorig jaar per saldo gestegen met € 0,6 miljoen. Daartegenover staat echter een daling van de nog te factureren DBC’s en DBBC’s met € 0,8 miljoen.

Het werkkapitaal geeft het bedrag weer waarmee langdurig vermogen beschikbaar is voor de financiering van de vlottende activa. Het werkkapitaal wordt door VNN volledig gebruikt voor de financiering van onderhanden DB(B)C’s en Jeugdhulp en afgesloten maar nog niet gefactureerde DB(B)C’s. Door de looptijd van de DB(B)C is er sprake van een ‘ijzeren voorraad DB(B)C’ met een permanente financiering.

Dankzij het positieve operationele resultaat wordt ook over 2020 voldaan aan de normen welke afgesproken zijn met de bank.

Solvabiliteit

De kengetallen solvabiliteit en vermogensratio geven aan in welke mate VNN is gefinancierd met vreemd vermogen. De solvabiliteit is hier gemeten op twee manieren:

  • eigen vermogen/totale vermogen (EV/TV);
  • eigen vermogen/totale opbrengsten (vermogensratio).

De solvabiliteit (EV/TV) daalt met 0,8% naar 39,9% waarmee de door ons gestelde norm van 30% ruimschoots wordt gehaald. Door de verstrekte middelen in het kader van de voor medewerkers bestemde zorgbonus is de balans aanzienlijk verlengd, zowel aan de kant van de kortlopende schulden als in de verbetering van de liquiditeitspositie. Daarnaast is de berekende continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraars een belangrijke factor in het op peil houden van het resultaat.

Het risicoprofiel van VNN, en overigens ook van andere GGZ-instellingen in Nederland, is drastisch gewijzigd door de invoering van de DBC-systematiek en de decentralisatie naar het gemeentelijk domein per 1 januari 2015. Per 1 januari 2020 krijgt VNN opnieuw te maken met een grote systeemwijziging. De DBC-systematiek zal, evenals de DBBC-systematiek, eind 2021 vervangen worden door een nieuwe manier van bekostiging via zorgprestaties, waarmee een einde komt aan bekostiging van de prestatie op het moment dat de zorg is afgerond en vervangen wordt door een maandelijkse bekostiging. In 2021 zullen de DBC’s en DBBC’s per 31 december afgesloten worden waarna per 1 januari 2022 overgegaan wordt op de nieuwe vorm van bekostiging. VNN zal in 2021 in gesprek gaan met de zorgverzekeraars en justitie hoe deze overgang het best vorm gegeven kan worden, juist met het oog op de liquiditeit.

Resultaatratio’s

Met rentabiliteit wordt de verhouding bedoeld tussen de opbrengst en het vermogen waarmee die opbrengst is verkregen.

Voor VNN is het resultaat in relatie tot het eigen vermogen (1,2%) ten opzichte van 2019 (1,5%) opnieuw gedaald en ligt op het begrote resultaat. Hoewel absoluut gezien het resultaat de afgelopen 3 jaar schommelt rond de € 1 miljoen, daalt het relatief gezien met name vanwege de stijgende personele kosten. In 2020 zijn de personele kosten gestegen met 5,7% terwijl de omzet is gestegen met 4,7% (gecorrigeerd voor de ontvangen zorgbonus). In 2021 zal dit niet anders zijn en zullen we daarom strak aan de wind moeten zeilen.

9.3 Toekomstverwachting

COVID-19

Als gevolg van een groot aantal besmettingen en daarop gebaseerde noodzakelijke overheidsmaatregelen (lockdown en social distancing) begint VNN 2021 opnieuw met een vooruitzicht van enige vorm van omzetderving en hogere kosten. De extra kosten bestaan vooral uit:

  • extra inzet (waaronder uitbreiding arbeidsovereenkomsten), omscholing en inhuur van zorgpersoneel in combinatie met een hoog verzuim,
  • kosten voor het testen van cliënten en medewerkers,
  • extra kosten voor persoonlijke beschermingsmiddelen van personeel en
  • niet opgenomen verlof

De noodzaak blijft om ook in de komende periode het beleid en het advies van de diverse nationale instanties te volgen en tegelijkertijd de uitdaging aan te gaan om de zorgactiviteiten zo goed en veilig mogelijk voort te zetten, zonder daarbij de gezondheid van de medewerkers en cliënten in gevaar te brengen.

De wijze waarop voor 2021 invulling wordt gegeven aan de vergoeding/dekking van de COVID-19 kosten en gederfde inkomsten is nog niet voor alle opbrengstenstroom bekend. Hierover wordt landelijk overlegd tussen de betrokken partijen, waarbij de verwachting is dat hier in lijn met 2020 passende afspraken komen. Daarnaast is over 2020 gebleken dat de omvang van de omzetderving beperkt is gebleven tot € 0,9 miljoen, dit in tegenstelling tot de initiële verwachtingen in de beginfase van de pandemie. Alle partijen spreken daarbij de hoop uit dat 2022, na een succesvolle vaccinatiecampagne, voor de zorg weer zoveel mogelijk een jaar wordt als voor de uitbraak van corona waarin op gebruikelijke wijze contracten worden gesloten en zorg kan worden verleend.

Op basis van de meest actuele inzichten op het moment van vaststellen van deze jaarrekening kunnen de financiële gevolgen van Covid-19 worden opgevangen binnen de gemaakte afspraken, rekening houdend met de kredietlimiet en de overeengekomen ratio’s met de banken en is er geen sprake van een concreet financieel continuïteitsrisico als gevolg van COVID-19.

Zorgprestatiemodel (ZPM)

In het laatste kwartaal van 2020 is VNN gestart met de voorbereiding op de invoering van het Zorgprestatiemodel. De eerste mijlpaal daarbinnen is de start van de zorgprestatiebekostiging vanaf 1 januari 2022. De omslag van DBC’s en DBBC’s naar het Zorgprestatiemodel is ingrijpend. Tevens is nog veel onduidelijk en onbekend. We hebben een deel van het resultaat 2020 bestemd om de benodigde expertise te ontwikkelen en de mensen te kunnen aantrekken om deze transitie te ondersteunen.

Informatiemanagement

Administratieve lasten, slecht functionerende IT middelen en gebrekkige informatievoorziening/ rapportages worden in de zorg als de belangrijkste oorzaken genoemd van onvrede over het werk. Mede door de COVID-19 crisis zijn knelpunten verergerd, waardoor dit probleem nog urgenter is geworden. VNN heeft op basis van de bevindingen van een inventariserend onderzoek besloten tot het opzetten en het ontwikkelen van het informatiemanagement. Hierin zijn reeds activiteiten gerealiseerd en (vervolg) plannen gemaakt en prioriteiten in de aanpak gesteld. In 2021 en 2022 zullen extra investeringen gedaan worden en zullen ook de kosten substantieel stijgen.  Net als voor het ZPM hebben we voor de ontwikkeling van de informatievoorziening een deel van het resultaat 2020 bestemd voor deze investeringen en extra kosten.

Bijlagen bij jaarverslag

Volgend hoofdstuk: 10 Jaarrekening